Pagina's

Posts tonen met het label De Mens Rob. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Mens Rob. Alle posts tonen

17 februari 2017

Terug naar school – Mijn eerste semester

Een half jaar (en twee dagen) na mijn start aan Hogeschool PXL – als werknemer en niet als student, al wordt die fout wel vaker gemaakt… - is het tijd voor een eerste tussentijdse balans. Hoe gaat het me af? Heb ik spijt van mijn vertrek bij LINC? En… Wat ligt er in het vooruitschiet?



De eerste dagen en weken waren hectisch. De start van het academiejaar levert verdomd veel drukte op: nieuwe studenten die zich komen inschrijven, ouderejaars die hun engagement komen hernieuwen, ouders die bezorgt even meekomen en passeren aan ‘ons loket’. Maar naast de drukte was er ook het warme welkom. Een goedemorgen hier, een vriendelijk gebaar daar… Een hogeschool is – los van alle drukte – best een aangename plek om te vertoeven.
Nu ik zowat een half jaar bezig ben, begin ik ook langzaam aan vat te krijgen op de meeste domeinen onder mijn bevoegdheid. Uiteraard kom ik vaak genoeg vragen tegen waar ik niet één-twee-drie op kan antwoorden en natuurlijk kom ik af en toe een muur tegen. Maar ik leer en – zo heb ik de indruk – het vlot.

Af en toe denk ik natuurlijk nog wel eens terug aan de dagen bij LINC vzw. Aan hoe anders het er daar aan toe ging. Een andere kijk, een andere aanpak, een ander veld, op een ander ritme, met een andere maat… Maar hoewel ik af en toe graag eens terug zou gaan, moet ik ook vaststellen: ik wil wel terug, maar als bezoeker. Eens even een uur, een dag. Immers: door aan een nieuwe uitdaging te zijn begonnen, is LINC langzaam verworden tot een herinnering, een ‘er was eens’. De collega’s daar, de sfeer, de geur van thee en boeken.
Maar au fond: Ik ben gelukkig in het hier en nu. Natuurlijk klaag ik nog graag regelmatig over ditjes en datjes. Uiteraard zijn er dagen dat het minder vlot gaat. Maar er zijn ook meer dan genoeg momenten van succes, blijdschap, motivatie. Ik leer bij, ik heb afwisseling, ik word uitgedaagd. … en ik moet geen uren per dag meer verslijten aan verplaatsingen. Dat helpt ook. Dus neen: er is geen spijt. (Op misschien die enkele momentjes van crisis, waarop het even niet zo vlot op de manier dat ik het wel. Maar soit… Die heb je overal wel.)

Langzaam krijg ik één voor één mijn domeinen onder de knie. En hoewel sommige akkers nog geploegd moeten worden, kan er ook al worden geoogst. Dat geeft voldoening. Dat geeft honger. Naar beter, naar meer. Een hogeschool stimuleert. Het bruisende leven van dag tot dag prikkelt de zinnen. Ik heb het goed hier. En kijk uit naar de vólgende zes maanden.


To be continued.


9 augustus 2016

Een nieuw begin - De X-factor

Na vijf mooie jaren verlaat ik deze week het warme nest van LINC vzw. Met dubbele gevoelens neem ik dus ook afscheid van de Digitale Week, de campagne waar ik vijf jaar lang mijn ei in kwijt kon. Maar waar de ene deur sluit, zo zegt het cliché, gaat er een andere open. En als vrijdag in Leuven het slot in de deur valt, is dat om volgende week de deur van Hogeschool PXL voor me te laten opengaan.




En het waren mooie jaren... Ik heb vergadert op verre en exotische locaties, diep in West-Vlaanderen. Ik heb de kanselarij van de eerste minister bezocht, het Vlaams Parlement en de Senaat. Ik heb op de glazen brug van de Proximustorens gelopen en ik liep regelmatig binnen bij Microsoft BeLux. Het Consience-gebouw van de administratie Onderwijs heeft geen geheimen meer. En de stations van Brussel voelen als m'n binnenzak. Ik heb genoten van de mensen, de reizen, de gebeurtenissen. Het bemannen van een callcenter, het bouwen van een eigen app, stedenspelen, infodagen, colloquia,... Klagen mag ik zeker niet. Maar ik voelde dat het tijd werd voor wat nieuws...




En dat nieuwe dat vond ik! Enkele maanden geleden begon de selectieprocedure om iemand nieuw aan te werven op de dienst studentenvoorzieningen (50%) en een medewerker voor de centrale ombudsdienst (50%). Een job, zo vond ik, die me op het lijf geschreven zou staan. En na de nodige sollicitatiestapjes bleek dat ook de PXL er zo over dacht. En dus begin ik volgende week dinsdag aan een nieuw avontuur. Dicht bij huis, binnen domeinen die overlappen met mijn persoonlijke interessevelden.

Vanaf volgende week wordt het dus veel verkennen, nieuwe telefoonnummers en e-mailadressen, een nieuwe omgeving, een iets strakker bureaucratisch jasje, (hopelijk) minder spam uit Duitsland,... Ik ging al een keertje piepen op mijn nieuwe dienst tijdens een infomoment in de D-blok. En nu op LINC alle losse draadjes langzaam maar zeker geknoopt raken, het uitbollen is ingezet, kan ik niet anders dan enthousiast komende week tegemoet te zien!


Definitely to be continued...




30 januari 2016

Buien - Depressie V

'I had a black dog, it name was depression,' is een quote die de vaste lezers van mijn blog misschien wel kennen. (Toch niet? Dan kan je dat alsnog ontdekken onder de tag 'Depressie'.) Het is een quote in de verleden tijd en dat past. Ik zou me immers niet meer beschrijven als 'depressief'. Waar ik het vandaag wel over wil hebben, zijn die donkere dagen die er af en toe toch nog zijn...



Het is een regenachtige dag geweest. Passend dus wel dat ik het vandaag ook heb over de wolken in mijn hoofd. Want net als de hemel is ook mijn hoofd soms bedekt met grijs en zwart en duisternis. "Dat is normaal. Iedereen heeft wel eens een mindere dag," zou je kunnen zeggen. Maar het is toch net dat tikje anders.

Er zijn dagen waarop ik mijn bed echt maar héél moeilijk uit kan. Mijn gemoed drukt me die dagen haast fysiek weer het matras in en maakt de ruimte kil. De duisternis sijpelt dan uit mijn hoofd  de kamer in en zorgt er voor dat ik me aan alles stoot. Mijn ogen branden dan met tranen die niet komen en mijn maag... Het zijn van die dagen dat werktaken zoveel groter zijn en ik zoveel kleiner. Ieder kopje afwas is er dan een te veel en doet me uit de keuken vluchten. Wat vervelend is, want wanneer ik me goed voel durf ik die afwas ook meer dan regelmatig te laten aangroeien. En oh, wat spijt me dat op donkere dagen. Iedere verkeerd gestrooide sok, ieder papiertje dat het bureau bedekt, ieder te koken rijstkorreltje... Op zo'n dagen is alles me te veel. Immers: 'ik heb  me amper aangekleed gekregen. Hoe moet iets anders, iets groter ooit gaan lukken?



Ik voel ze nog niet aankomen die dagen. Maar ik ben ze wel gewoon en ik heb ze leren accepteren. Ze hebben een plaatsje gekregen in mijn leven. Achteraf zie ik vaak wel dat het niet zo vreemd is dat er wolken in mijn hoofd zitten. Achteraf zie ik vaak wel hoe de wolken al aan de horizon kwamen piepen, lang voor ze mij het zicht ontnamen: maar moeilijk op tijd naar bed raken, zware discussies, dingen ontwijken, dingen uitstellen, me teveel zorgen maken om anderen, me te weinig zorgen maken om anderen, veel eten, weinig eten, slecht eten... Het zijn tekens aan de wand.

Als er iets is dat ik nog moet leren... Dan is het preventieve zelfzorg. Wat vaker die afwas er doorheen jagen, toch net dat half uurtje eerder naar bed gaan, wat minder vaak het drama opzoeken en wat meer zelfvertrouwen in mijn stem steken wanneer ik mijn vrienden zeg dat ik gisteren eigenlijk ook al pizza had. Maar net zo goed zijn er dingen die ik ondertussen al geleerd heb... Zoals curatieve zelfzorg en aanvaarding. Het weten dat de regen ooit op raakt en er weer zon komt. Het mezelf niet forceren om te veel te willen doen op zo'n dagen, maar terzelfdertijd ook niet alléén maar in bed blijven liggen en na een boek, een snelle hap en een dutje durven stellen dat het zo wel weer mooi is geweest. Zoeken naar een diepgewortelde oorzaak moet op zo'n dagen even niet. En dat takenlijstje... Ik kan er al wat aan beginnen, maar morgen... Morgen is er weer een dag! En dan gaat het vast weer beter met me.


Depressieve buien zullen vast nog wel even deel uit blijven maken van mijn leven. Langzaam leer ik verdriet, pijn maar ook verstarring en stilstand een plekje te geven. Ik probeer er aan te werken en er over te praten eerder als er alleen mee te blijven zitten en te veel over na te denken. En soms lukt dat. Maar soms ook niet. En dat is heus niet zo erg als ik ooit eerst dacht.



1 januari 2016

Over kunst - Over kunstenaars

Gisteren, in een mij voorheen onbekende vlaag van Nieuwjaarsnostalgie, zette ik tijdens de grote feestvoorbereidingen een Nieuwjaarsconcert op als achtergrondgeluid. Een beetje vroeg, aangezien het nog niet echt Nieuwjaar was, maar ach... Het was zeer genietbaar. Vanavond, na het bekijken van een interview met Stephen Fry uit 2013, werd ik aangezet tot het luisteren naar Schumann en Wagner. En het heeft toch wat losgemaakt.


Afbeeldingsbron: Wikimedia

Allereerst... Wie het interview met Fry in de 'Late Late Show' wil bekijken, kan de aflevering in kwestie hier terug vinden. De passages die me aanmaanden tot het luisteren naar muziek gingen over het contrast tussen 'het beroerd worden door Wagners muziek' en 'Wagners ideeën'. (Het luisteren naar Schumann kwam voort uit datzelfde gesprek, wanneer Fry een herinnering verteld van een vrouw die in Auschwitz een bepaald stuk voor Mengele speelde. Meer 'on a side track'...)

Maar dus... Verder gaand op wat er gezegd werd: het is bevreemdend een kunstwerk zo waanzinnig te appreciëren, wetende wat voor iemand een muziekstuk schreef. Zeker als we teruggrijpen naar wat Fry zelf (in hetzelfde interview) zegt over Tchaikovsky en kunst als uiting van iemands wezen. En nu niet dat ik mezelf als héél groot woordkunstenaar beschouw, maar ik heb toch enige voeling met letters en woorden en met de volgorde waarin ik ze plaatsen wil. Het nodigt dus toch ook uit tot een zekere vorm van (zelf)reflectie.


Wanneer ik iets op papier zet dan is dat (vaak) heel wat minder omfloerst. Uit woorden is het ietwat eenvoudiger om een idee af te leiden omdat de denktaal van de meeste mensen bestaat uit diezelfde woorden. Ze bieden een kader, een kapstok die we vrij vlot vertalen kunnen. En toegegeven... Enige context over een schrijver is soms nodig, maar dan nog. (Of vertaal ik woorden beter dan muziek omdat ik er zelf zodanig meer mee geoefend ben? Maar goed, dat is een vraag voor een andere keer.) Maar...

Ik ben iemand met een nogal sterke ideologische basis. Een onderbouw die sterk doorspreekt in mijn dagelijks handelen en in mijn denken. Ongetwijfeld sijpelt die ook meer dan een beetje door in wat ik schrijf. En dan heb ik het niet over de non-fictie. Ik heb het niet over blogteksten zoals deze die ik op papier kwak als ik daar even de aandrang toe voel. Laat ons kijken naar de meer omfloerste zaken: poëzie, verhalen, dat soort gekribbel.

Mijn ideologisch kader is sterk uitgesproken. Quasi-iedereen weet wel zo ongeveer waar ik sta. Ik verbaliseer mijn ideeën, ik neem zelden een blad voor de mond. Maar stel... Stel dat ik ideologisch volledig mis zit. Hoe overtuigd ik ook ben van mijn denken en hoe helder ik mijn wereldbeeld ook denk te hebben... Stel dat ik de bal volledig missla. Door welke bril zal men over pakweg honderd jaar dan kijken naar wat ik neerpende? (Uiteraard: gesteld dat iemand zich de moeite zou getroosten om die dingen te lezen. Ik ben - op dat ene gedicht na - geen gepubliceerd schrijver of bekend persoon.)


En wat met de boeken die ik lees? Wat met de beeldhouwwerken die ik bewonder? Wat met de muziek die ik dagelijks mee kweel? In welke mate is het belangrijk wat voor iemand aan de basis ligt van al die dingen? In welke mate moeten we ons bewust zijn van iemands achtergrond wanneer we een formidabel schilderij van diens hand bekijken? Is het bijvoorbeeld belangrijk te weten wat Rubens dacht? In welke mate weerklinkt een dieper verhaal doorheen wat de gebroeders Grimm verzamelden? Hoe relevant was het privéleven van een Presley of een Jackson?

Ik vind het ideologisch belangrijk dat sprookjes en vertellingen een divers beeld meegeven. Dat het niet enkel gaat om stiefmoeders. Dat er wel eens twee papa's samen opduiken. Dat het ook eens gaat om Fatima. Dus kan ik dan stellen dat ik - althans voor geschreven taal en tenminste gedeeltelijk - veel aandacht heb voor ideologische keuzes van een schrijver? Maar hoe zit dat dan met Wagner wanneer ik luister naar zijn Nevelingenring? En dan hebben we het nog niet eens over hoe men vijftig jaar na Wagner om ging met zijn werk... Wat doet dat met mij als bewuste luisteraar? En hoe bewust ik ook ben... In welke mate doet dat er toe wanneer ik luister?

In de teksten van de liedjes van One Direction stoort het me af en toe welk beeld de vier/vijf heren ophangen. Moet ik dan met muziek ook anders omgaan? Of kan muziek 'minder kwaad' omdat het geen verbale vorm is, omdat het wel verhalen verteld, maar die interpreteerbaar zijn door de luisteraar. Ze zijn niet expliciet. Ze spreken wel, maar waar dan juist van?


Hoe het ook zij... Op de eerste dag van dit nieuwe jaar heb ik al ineens een pak materiaal verzameld om de komende tijd mee aan de slag te gaan. En ja: honger en oorlog zijn dringendere zaken. Maar al te vaak vergeten we de culturele achtergrond waaruit deze symptomen voort komen. Zal muziek in 2016 de wereld gaan redden? Waarschijnlijk niet. Maar dat zal me niet tegenhouden om er over na te denken.



Prettige feesten allemaal. Dat 2016 vrolijk en gezond en liefdevol moge zijn.
En dat jullie me op tijd weten te zeggen wanneer mijn gezwets en mijn herkauw toch weer eens doorslaan! (xoxo)



20 november 2015

No more. - Over engagementen en politiek.

Hoewel ik mijn internationale kameraden missen zal, hoewel ik vele vrienden hier in Vlaanderen heb leren kennen, hoewel ik mezelf ideologisch nog steeds op die plaats bevind waar ik me al altijd bevonden heb... Het punt is daar waarop een mens eens na moet denken en zeggen: tot hier. Het is genoeg geweest. Rob stopt met politiek.



Ik stel me geen al te grote schokgolven voor wanneer ik die woorden uitspreek. Noch mijn politieke vrienden - die ik door verminderd engagement sowieso al minder zag - noch mijn directe omgeving - die me goed genoeg kent -  zullen versteld staan kijken. Misschien zal ik na vandaag links en rechts  (haha) wel eens een vraagje krijgen uit mijn bredere kennissenkring, maar... Het is echt waar: ik stop.

Toen het allemaal begon, ging het van de meet af aan erg snel. Vanuit een 'Ik richt Animo Hasselt weer op' rolde de bal snel door naar Animo Limburg, naar sp.a Hasselt, naar sp.a Limburg. Dat deed deugd, want ik hongerde er naar de wereld te veranderen. En die honger is er nog steeds. Nog altijdwil ik samen vooruit.  Maar het besef is gegroeid, dat ik dat liever doe vanuit ons sterke middenveld. Liever ben ik spreekbuis dan bestuurder. Liever ben ik dan toch geen Internationaal Secretaris van de Jongsocialisten. Een politieke carrière binnen de sp.a spreekt me ook al even niet meer echt aan. Geef mij maar de concrete zaken: het bevorderen van geletterdheid via mijn werk. Het meedenken over emancipatie met het Regenbooghuis, thuis om de hoek. Een discussie aan de toog of een snedige blogpost.


Daarnaast speelt ook frustratie en desillusie wat mee in de kaart van mijn beslissing. Mijn politieke overtuiging is voor mijn niet louter een ideologie, maar werd - steeds meer - een levenshouding. Diversiteit, democratie, gelijk(waardig)heid, emancipatie... Ik probeer ze niet enkel te schrijven, maar te ademen. Ironisch genoeg zijn het mijn internationale reizen voor de JS die me dat geleerd hebben.
Maar waar ik eens warmte en gedrevenheid voelde, blijkt het groots en machtig huis van 'dé Beweging', 'dé Partij' toch ook met wat tochtgaten te zitten. En hoewel men terecht op kon merken dat ik ze dan maar beter zelf mee dicht timmer, eerder als er voor weg te lopen... Zonder het juiste gereedschap en zonder de nodige energie zal me dat niet lukken. Zeker niet alleen.

Dus is het tijd om er een streep onder te trekken. Met een warm gevoel kijk ik echter terug. Op wat ik heb meegemaakt, op wat ik heb bijgeleerd, maar vooral ook op mensen. Op de vele vrienden in binnen- en buitenland met wie ik mocht kennismaken. Op de mensen achter de politici. Op een familie die zo divers is, maar die me wel een plekje aan hun vuur aanbood. Dankbaar ben en blijf ik  ook voor de leerkansen, de processen, de ervaringen, de studiereizen. Mijn afscheid gaat niet gebukt onder een loodzware mantel van rancune of wrangheid. Het is eerder een vederlicht moment van zelfontdekking. Mijn vriendschappen, ik gooi ze niet in de prullenmand. Mijn ideologie, ze gaat niet plots overboord. En op vraag wil ik mijn schouders heus nog wel eens onder (kleine, afgegrensde) projectjes zetten. Maar hier scheiden onze wegen toch echt. En hoewel ik hoop dat ze af en toe nog eens zullen kruisen, ondanks het feit dat ik wie wel verder gaat op de weg die ik nu verlaat veel succes toewens... Het was tijd.


Wordt niet vervolgd.




3 april 2015

Eulogie voor Steve - De Cafébaas-Politicus is niet meer.

In mijn jonge politieke leven waren er altijd al een aantal lichtbakens. Zo is er Willy Claes, het eerste gezicht dat politiek voor me had en nog steeds een inspiratiebron als het aankomt op het geven van bevlogen speeches. Zo is er ook Valerie del Re, het gezicht van het buiten de lijntjes kleuren en het durven zoeken naar creatieve, nieuwe en soms zelfs lichtjes stoute oplossingen. En zo was er ook het gezicht van het socialisme, de Gezellige God. Zo was er ook Steve.






Toen Steve Stevaert in 1995 - ik was toen vijf - de eerste socialistische burgemeester van Hasselt werd, stonden wij thuis feitelijk aan de verliezende zijde. Mijn ouders werkten in die tijd immers beiden voor de CVP. Mijn vader als bode op een kabinet, mijn moeder als medewerker op het provinciaal hoofdbureau. Het enige wat ik me van heel die campagne nog herinner, is dat ik op een avond mee boekjes ben gaan bussen, dat ik mee ging kijken naar het plakken, etc. Al die dingen die bij een politieke campagne horen, maar die ik nog niet echt vatten kon. Het was pas veel later dat er zich iets ontwikkelde als politiek bewustzijn. Toen ik acht was, werd Steve minister. En de eerste gemeenteraadscampagne die ik me actief herinner - vooral door de vele borden in het straatbeeld - was de gemeenteraadscampagne van 2005. Mijn ouders werkten al lang niet meer voor de CVP / CD&V en Herman Reynders prijkte voor het eerst zélf prominent op de affiches van PRO Hasselt.

En toch... De impact die Steve Stevaert op mijn eigen leven heeft gehad is enorm. Natuurlijk zijn er de gratis bussen waar ik heel mijn jonge leven gretig gebruik van maakte wanneer de afstand te groot of het weer te slecht was om te fietsen. Er is het stedelijke politieke toneel dat mede door Steve haar huidige vormen kreeg. Maar bovenal is er het archetype van 'de Socialist' dat voor altijd Steves gezicht zal dragen. Want het waren immers zijn maatregelen die in de ogen van de jongadolescent die ik toen was, uitdroegen waar het socialisme voor zou moeten staan: samen investeren in publieke diensten, zorg voor elkaar, solidariteit met de mensen die rondom ons heen leven en het milieu.
Ik heb zijn gratis bussen nog met veel vuur verdedigd. In de periode van mijn eigen toetreden bij JS/sp.a tot aan de verkiezingen van 2012 was het een 'hot topic' waar iedereen in de Hasseltse politiek die niet sp.a was, dringend van af wou. Het verhaal van Steve zijn bussen was immers uitgegroeid tot een symbool. Een symbool dat overigens tot ver buiten onze landsgrenzen onze stad op de kaart heeft gezet. Zo herinner ik me bezoek uit Finland, interesse van kameraden uit Oostenrijk, etc. in het OV van ons klein, Limburgs stadje. Maar het mocht niet baten. Het symbool van de Hasseltse gratis bussen moest sneuvelen. Het was dat, of de stad helemaal uit handen geven.

Maar goed. Het zal gezellig zijn, of het zal niet zijn, dat socialisme van ons. Laat ons die gedachte dan ook vasthouden, ook nu onze God-van-weleer er niet meer is. Ook nu er een echt en definitief einde is gekomen aan het hoofdstuk van de cafébaas-politicus die menig Hasselaar niet alleen van bussen maar ook van bier heeft voorzien. Laat ons stilstaan bij het verlies dat we vandaag allemaal samen delen. Maar laat ons nadien vooral verder gaan op het ideologisch pad dat onze eigenste Teletubbie ooit voor ons heeft uitgezet: solidair, warm, links.


Steve, slaap zacht.



Noot van de schrijver: Ik vermoed dat er op deze tekst links en rechts ook reacties zullen volgen de te koppelen zijn aan de juridische processen die aan het lopen waren op het moment van Steve Stevaert's overlijden. Ik ben met mijn tekst bewust van die hele kwestie weggebleven. Immers is er niet alleen het wettelijk vermoeden van onschuld, is er niet alleen de druk die de media wel eens op mensen durft leggen, is er niet alleen het gewauwel op sociale media. Er is vooral ook een tijd van sereniteit. Laat eerst de tijd aan de betrokkenen om in alle rust aan hun rouw te beginnen. Dank.

16 december 2014

Black Dog (on a leash) - Depressie IV

Het zijn de ochtenden na (letterlijk) slapeloze nachten dat ik het mezelf weer maar eens moeizaam bekennen moet... Het is op die momenten dat ik schoorvoetend - het went nooit - aan mezelf moet toegeven dat het niet zo goed met me gaat als dat ik iedereen, mezelf op kop, wil laten geloven. Anders dan het vlugge, platte en lege antwoord op die afschuwelijke vraag, moet ik dan vaststellen dat het niét goed met me gaat.




'Het is ook je eigen schuld,' wil ik mezelf dan voor de voeten werpen. Heb ik immers niet alweer een hele poos geen balpen of klavier aangeraakt? Laat ik immers niet alweer teveel van me vragen? En waarom laat ik al dat huishoudelijke werk weer zo gigantisch opstapelen? 'Zie je wel? Je eigen schuld...' En vrienden die vragen hoe het met me gaat, die lieg ik even hard voor als dat ik mezelf voorlieg.
Dat ik vorige week letterlijk met de tranen over de wangen even vol de dip indook, schreef ik toen nog af als eenmalig, weinig zeggend, irrelevant voor mijn algemene toestand. Dat ik nu wéér eens een nacht niet slaap, aanvaard ik dan toch maar (misschien? eindelijk? echt?) als een teken aan de wand.

Een heel relaas schrijven zoals een tijdje terug (1, 2, 3) wil vandaag niet lukken, dus ik laat me bijstaan door wat er al is... De WHO (World Health Organisation) voert op treffende wijze een campagne, gestoeld op woorden van Winston Churchill, die zelf ook leed aan depressie.
 Churchill beschreef zijn depressieve periodes wel eens als zwarte honden. (En blijkbaar neemt zo'n hond af en toe de tijd om even in de tuin te gaan wandelen, om vervolgens weer bij je terug te komen...) Hieronder staan twee filmpjes. Het eerste is het verhaal van 'Black Dog', het tweede bevat tips voor mensen (in de omgeving van mensen) met depressie.







Afsluiten wil ik niet doen met een sombere noot. Integendeel... Bij de pakken willen blijven neerzitten, dat is één van die gevoelens die ik net van me af wil schudden. Daarom heb ik besloten om mee te gaan doen aan een digitale uitdaging die al langer bestaat: de #100HappyDays-challenge. Op die manier wil ik mezelf weer leren kennen en ook mezelf er de komende honderd dagen aan herinneren wat me blij kan maken. Wie wil volgen, kan dat (uiteraard geheel vrijblijvend) via deze link.


To be continued...




18 november 2014

Terugblik: De Grote Outing van 2004


Gisteren werd ik vijfentwintig. Maar dat is niet het enige lustrum dat ik gisteren herdacht. Gisteren was het namelijk ook exact tien jaar geleden dat ik met een ietwat gezonde dosis overmoed aan mijn klas bekend had homo te zijn. De Grote Outing van 2004 begon. Het is een moment in mijn leven waar ik tot op de dag van vandaag kracht uit put...



 
Het was een woensdagochtend in november toen we allemaal de school weer binnen drumden. Onze klas - we zaten toen in het vierde - had die ochtend fysica in een lokaal dat wat weg had van een miniatuuraula. In alle krapte van dat lokaal ving een van de pestkopjes van de klas flarden op van het gesprek dat ik met een vriend aan het voeren was. Nog voor de les begon schalde er een "Rob, zijt gij hómò?!" door de klas. Even werd het stil. Tot plots het antwoord: "Ja, X, en dan?!".

Ik was al een tijdje aan het kniezen over hoe mijn outing zou gaan verlopen. Nu dat al mijn vrienden het wisten, vond ik de tijd rijp om ook de rest van de wereld te laten delen in die kant van Rob. Dat die woensdag dé dag zou zijn was ietwat onverwacht, maar - en dat wil ik mijn 'ik-van-toen' zeker op het hart drukken - zeker niet onaangenaam.
Met een oncontroleerbare snelheid ging het nieuws de hele school rond. Zelfs de lagere jaren - op die campus van de school zaten enkel jaren een tot vier - wisten het allemaal nog voor het einde van de pauze. Gefluister in de gangen waarvan men dacht dat ik het niet hoorde, mensen die ik nog nooit gezien had die me kwamen opzoeken en vroegen of 'het' waar was en voor het eerst ook (het nadien veel gebruikte) "Wat weet jij daar nu van? Jij bent homo."




Maar ik zou dat moment nooit willen terugnemen. Geen moment in mijn leven was  zo bevrijdend. Geen enkele daad die ik stelde bood me achteraf dat zelfde moedige gevoel. En het verbaasde me hoeveel respect ik van klasgenoten kreeg vanwege mijn eerlijkheid. Daar heb ik ze nooit voor bedankt. Dus laat me dat nu, tien jaar later, eindelijk maar eens doen.
Want dat ben ik: mijn omgeving ontzettend dankbaar. Omdat ik mocht zijn wie ik ben. En omdat ik me nooit heb moeten verstoppen. Die Grote Outing van 2004 gaf me nadien de moed om eerlijk te zijn over mezelf. Sinds die dag ben ik voor geen enkele groep terug in de kast gekropen. Niet toen ik ging studeren, niet toen ik ging werken, niet in het uitgaansleven en niet in de politiek. Bedankt, 'omgeving-van-toen'. Zelfs vandaag nog zijn jullie een bron van kracht, een herinnering die me sterker maakt en een stukje bagage dat me zeer dierbaar is.


Bedankt!




3 november 2014

Es Leben die Studenten


Wanneer ik mensen vertel dat ik nog steeds actief ben ik het studentenleven word ik wel eens vreemd aangekeken. “Maar je studeert toch niet meer? Wordt het niet eens tijd om op te groeien?” zijn dan steevast de opvolgvragen. De vragen komen telkenmale van mensen die zelf nooit in het studentenleven zaten of die vergeten zijn dat ze ooit deel uitmaakten van het studentencorps. Het zijn mensen die vaak niet (meer) weten waar dat studentenleven om draait. Daarom vandaag – het voelt relevant – graag eens een woordje uitleg…



 
Veel mensen hebben slechts één of twee woorden waar ze aan denken bij het horen van de term ‘studentenleven’. Veelal betreft het termen als bier, zattigheid, dopen, vadsigheid. En voor heel wat studenten in dat studentenleven is dat ook zo. Voor mij draait het studentenleven echter om drie voorname zaken: vriendschap, de traditionele beleving van studentikoze avonden en academische zelfontplooiing. Daar komt af en toe inderdaad ook eens een pint bij kijken, maar de essentie ligt niet in de brouwketel.


Vriendschappen kan je uiteraard overal smeden. Clubs en kringen hebben daarop zeker geen alleenrecht. Maar het studentenleven biedt (oud-)studenten een gezamenlijk project. Het verenigt mensen rond een clubtafel. Vele avonden worden samen doorgebracht: al vergaderend, al lachend, al huilend, al zingend. Banden worden gesmeed en uitgediept. De clubtafel biedt een plek om elkaar te leren kennen, om zichzelf te kunnen zijn in het bijzijn van anderen, om samen elkaars ware gelijke te zijn. Met gepaste trots haal ik hier aan dat vele leden van studentenclub Bourgondia vrienden voor het leven zijn geworden. Een jaar geleden werd ik zelfs dooppeter van de kleine spruit van twee clubgenoten, pas nog was ik getuige op hun huwelijk. Het is niet voor niets dat we nog regelmatig samenkomen rond dezelfde tafels als vijf, zes jaar geleden. Want al studeerden we af, de band die we in Geel opbouwden leeft voort.

Na mijn studies pikte ik de draad weer op met het leven in Hasselt. Een meer dan goede vriend stond daar inmiddels achter de toog in een studentikoos café, de Ambiorix. Wat begon in ‘daar eens iets gaan drinken uit blijk van vriendschap voor die makker’ mondde al snel uit in het leren kennen van lokale studenten die ras nieuwe vrienden werden. En vriendschap onderhoud je. En in vriendschap met studenten gebeurt dat niet zelden… op café en rond de clubtafel waar ik als – toen nog als genodigde – mee aanschoof.

Het is altijd leuk te voelen dat je bij een groep hoort. Uiteindelijk liet ik dat ook formaliseren door me uit sympathie te laten dopen bij Mater Paramedica, de verpleegkundige kring waartoe de uitbaters en vele stamgasten van de Ambiorix behoorden. Sedert die dag weet ik me ook in Hasselt deel van een sterk verbond. (En ja, het klopt… Ik stommelde er aan het eind van vorig academiejaar warempel ook het (laag)praesidium binnen.)




Als snel leerde ik – nog steeds de leergierige studentikoos uit Geel – de verschillen in stijl en traditie tussen de Geelse en de Hasselts-Diepenbeekse studentenwereld. Al van in het allereerste begin had ik in Geel genoten van de liederen in de codex. Toegegeven: sommige liederen waren me al te rechts-seperatistisch of de Rooms, maar het merendeel zong ik als snel graag en luid op menig cantus. Ik leerde op mezelf nieuwe liederen, die we in Geel niet zongen. Samen met enkele andere enthousiastelingen leerden we elkaar nieuwe liederen, anekdotes en gebruiken. We gingen op zoek naar liedjes die niet meer in de codex stonden, naar andere codexen, naar de geschiedenis achter de cantus als geheel en naar die van de liederen zelf. Die avonden vormden de voedingsbodem voor studentenclub Bourgondia. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kennismaking met een andere traditie in zingen en cantussen ook na mijn studies de aandacht trok. (Terzelfdertijd leerde ik ook de linkse zangtraditie steeds beter kennen. Een nieuwe wereld aan te zingen liederen ging langzaam open.)

Mijn kennis breidde uit en ook in Hasselt kwam ik mensen tegen die mijn passie voor het studentikoze lied deelden. Ik mocht af en toe een interne cantus meemaken en werd zelfs eens mee genomen naar een vormcantus in Leuven alwaar ik op het tijdsbestek van enkele luttele uren een schat aan nieuwe liedjes leerde.




Die leergierige houding naar de traditie in beleving brengt me ook naadloos bij het streven naar zelfontplooiing. Hier citeer ik graag de huidige statuten van Bourgondia: “[…] een besloten groepering van mensen die ten doel heeft […] de kennis en kunde van haar leden te verruimen.” We stellen ons al in het allereerste artikel dit doel. Immers: een club bestaat uit meer dan vriendschap alleen en louter het beleven van traditie is als het langzaam versterven in een kamer die steeds een beetje kouder wordt omdat het haardvuur is uitgegaan. Een club verrijkt haar leden zoals ieder lid bijdraagt aan het geheel.

Uitstappen naar brouwerijen en stoffenbeurzen, politieke en historische lezingen, infoavonden, speeches, appreciatiemomenten in de nachtelijke stilte aan de Antwerpse kade… In de afgelopen zeven jaren heb ik al heel wat bijgeleerd doordat ik in clubverband deelnam aan activiteiten, doordat ik in het studentenleven interessante mensen en gespreksonderwerpen tegen kwam. En inderdaad: net zoals het vriendschappelijk karakter is ook het luik van de zelfontplooiing niet iets waar een club alleenrecht op heeft. Maar het studentenleven schept een context, een kader waarbinnen kansen gecreëerd (kunnen en moeten) worden.




HiSS, Amicitiae Limburgia, Bourgondia, Mater Paramedica,… Ik ben ze allen schatplichtig. Ze hebben me de afgelopen zeven jaren warmte en onderdak geboden. Ze waren (en zijn) een plek waar ik kan lachen en waar ik mag huilen. Ik ontmoet(te) er nieuwe mensen en maak(te) er vele vrienden. Ik leer(de) samen met hen over academische onderwerpen, over onbenulligheden, over het leven en over sterven. Ik zing met hen zoals zij die voor ons kwamen ook samen hebben gezongen. Ze zijn het warme vuur in de herberg na een lange dagtocht. Ut vivamus, crescamus et floreamus…

Dixi.

15 september 2014

Vriendschap - Depressie III



Depressie… De afgelopen twee blogs die ik aan het onderwerp wijdde hadden een eerder donkere inslag. Vandaag gooi ik het dan ook graag eens over die andere boeg: steun, warmte , vriendschap. En vooral ook veel dankbaarheid. “In tijden van nood, leert men zijn vrienden kennen.” En blijkbaar mag ik me gelukkig prijzen met aardig wat van die types.



Een oude kotgenoot, de ouders van mijn petekindje, een hartsvriendin, een grote broer, een kleine zus,… De lijst is – wanneer ik er zo even bij stil sta – best wel lang te noemen. Dat is iets bijzonder en ik weet niet of ik ooit onder woorden kan krijgen hoe dankbaar ik ieder van hen ben. Want ze staan er, dag en nacht. Ze zijn er wanneer ik onnozel aan het doen ben, wanneer ik lach, wanneer ik huil. Ze bieden me steun, houden me af en toe de nodige spiegels voor, durven me pijn te doen. Ze staan klaar wanneer ik hen nodig heb: een luisterend oor, een stevige schouder, een kop thee. En alles wat ik hen in de  plaats terug hoef te geven is mijn dankbaarheid. En zelfs die is soms niet eens nodig…

Ik weet niet of de warme gloed die ik soms op een spontaan moment ervaar universeel is. Dat warme gevoel dat vanuit de kern van mijn lijf naar buiten straalt. Tijdens een fietstocht, op avonden rond de tafel, op de bank met een goed glas wijn. Het is een gevoel van intens geluk en vervolmaking. Het is het gevoel ergens thuis te zijn. Het is het weten dat alles wel goed komt, ook als de nacht extra donker is.


Wat vrienden voor een mens betekenen, kan niet overschat worden. En ik kan enkel hopen dat iedereen minstens af en toe het geluk mag hebben een goede vriend tegen te komen in haar/zijn/* leven. Iemand die hen ondersteunt, zelfs als de last op hun schouders het zwaarst weegt. Iemand die met hen lacht en met hen huilt. Iemand die complimenten geeft, maar ook eerlijk durft te zijn wanneer dat nodig is.

Ik ben dankbaar dat ik zo’n mensen in mijn leven heb. Mensen tegen wie ik kan vertellen wat me dwars zit, wat me gelukkig maakt of soms ook gewoon wat me bezig houdt. Want ik val vaak in een duister gat, maar ik weet dat zij er zijn om me op te vangen, telkens weer. Ook al heb ik het niet altijd verdient, al doe ik soms vervelend, al is mijn rugzak soms nog zo zwaar.


Ik ben hen dankbaar.


11 september 2014

Superheld - Depressie II


Soms overvalt het me zomaar. Dan zit ik het ene moment te lachen en weet ik het volgende moment niet zo heel goed wat ik voel. Ik weet alleen dat het geen leuk gevoel is... Woorden om het nader te beschrijven zijn er niet echt. Het is een soort leegte, en toch ook niet. Het is me heel erg vol voelen, en toch ook niet. Het is een echo en een doffe slag tegelijk. Het is verlammend. Dat wel... En plots wil geen gedachte meer tegoei doordringen, wil geen taak meer lukken. Er waart een spook door mijn hoofd. Dat spook heet depressie.




Op de momenten dat het dan even niet gaat, dan start er een achtbaan in mijn hoofd. Die valt van een hoogte vol niks, roetsj! ...naar beneden. Ik trek mezelf mee de diepte in. Plots ben ik zelf niets meer waard. Plots verliest mijn 'ik' zelfs de 'silver lining' die er vroeger altijd was om me aan op te trekken als ik even in een dipje zat. Plots blokkeer ik en kan ik maar moeilijk meer terug. De wereld binnen in mij valt stil, terwijl die wereld daar buiten ongenadig en chaotisch verder beukt in mijn gedachten. Vragen als 'Wie ben ik?' verdraaien zich tot 'Wat ben ik waard?'. Vragen als 'Wat is de zin?' verduisteren tot het simpele 'Waarom?'. De absolute leegte, het obstructieve van een gedachte aan niets, het blokkerende aan ondefinieerbare gevoelens en het verdovende in de chaos...

Gelukkig zijn er momenten dat het even beter gaan. Soms duren die momenten zelfs een behoorlijke poos. Dan lukt alles weer. Dan kan ik intens genieten van dingen gedaan krijgen. Het zijn die momenten die ik tegenwoordig koester. Ze geven me een gevoel van eigenwaarde dat eens een keertje niet verbonden is aan een schijnbaar niks doen, aan een nutteloos rondhangen in mijn eigen vege lijf. Ik klamp me dan koortsachtig vast aan die momenten. Bij iedere geforceerde lach die ik slaak, bij iedere duistere gedachten die voorbij zweeft, op ieder donker moment op mijn dag... zijn dat de dingen waaraan ik me vasthoud: mijn hoofd hangt niet altijd vol onweerswolken, soms schijnt in mijn hart de zon. En zolang ik me dat besef - zo vertel ik mezelf - komt alles wel goed. Toch?


Ik dacht altijd dat ik een goed beeld had op wat een depressie was, maar nu leer ik dat ik eigenlijk geen flauw idee had. De woorden waarmee ik voor mezelf depressie beschreef waren niet meer dan dat: woorden. Het was een beeld dat - hoewel genuanceerd - toch nog behoorlijk wat misvattingen kende. Het is misschien een beetje zoals voor het eerst echt verliefd op iemand worden: je kan het je niet echt helemaal inbeelden. Pas op het moment dat je voor iemand valt besef je hoe zoiets aanvoelt. En natuurlijk zijn er de sprookjes, de boeken en de films die je een notie geven van... Uiteindelijk raken die slechts de oppervlakte van verliefdheid aan. Of soms ook: de oppervlakte van de symptomen van een depressie

Het leven kronkelt momenteel op vreemde manieren langs, over en onder me door. Ik lijk de grip op de dingen wat kwijt te zijn. En ieder moment bid ik, dat die zelfverzekerde jongen die ik ooit was me komt redden. Dat hij me meeneemt naar toen ik krachtig in mijn schoenen stond. De tijd van 'Je m'en fou!' en 'King of the World'. Mezelf als mijn eigen prins op het witte paard... Waar is die onversaagde held? Waarom is hij niet bij me nu? Komt hij ooit nog terug? Man, wat verlang ik naar zijn terugkeer...



Gelukkig onweert het niet altijd in mijn hoofd.

(To be continued...)