Pagina's

Posts tonen met het label GGZ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GGZ. Alle posts tonen

30 januari 2016

Buien - Depressie V

'I had a black dog, it name was depression,' is een quote die de vaste lezers van mijn blog misschien wel kennen. (Toch niet? Dan kan je dat alsnog ontdekken onder de tag 'Depressie'.) Het is een quote in de verleden tijd en dat past. Ik zou me immers niet meer beschrijven als 'depressief'. Waar ik het vandaag wel over wil hebben, zijn die donkere dagen die er af en toe toch nog zijn...



Het is een regenachtige dag geweest. Passend dus wel dat ik het vandaag ook heb over de wolken in mijn hoofd. Want net als de hemel is ook mijn hoofd soms bedekt met grijs en zwart en duisternis. "Dat is normaal. Iedereen heeft wel eens een mindere dag," zou je kunnen zeggen. Maar het is toch net dat tikje anders.

Er zijn dagen waarop ik mijn bed echt maar héél moeilijk uit kan. Mijn gemoed drukt me die dagen haast fysiek weer het matras in en maakt de ruimte kil. De duisternis sijpelt dan uit mijn hoofd  de kamer in en zorgt er voor dat ik me aan alles stoot. Mijn ogen branden dan met tranen die niet komen en mijn maag... Het zijn van die dagen dat werktaken zoveel groter zijn en ik zoveel kleiner. Ieder kopje afwas is er dan een te veel en doet me uit de keuken vluchten. Wat vervelend is, want wanneer ik me goed voel durf ik die afwas ook meer dan regelmatig te laten aangroeien. En oh, wat spijt me dat op donkere dagen. Iedere verkeerd gestrooide sok, ieder papiertje dat het bureau bedekt, ieder te koken rijstkorreltje... Op zo'n dagen is alles me te veel. Immers: 'ik heb  me amper aangekleed gekregen. Hoe moet iets anders, iets groter ooit gaan lukken?



Ik voel ze nog niet aankomen die dagen. Maar ik ben ze wel gewoon en ik heb ze leren accepteren. Ze hebben een plaatsje gekregen in mijn leven. Achteraf zie ik vaak wel dat het niet zo vreemd is dat er wolken in mijn hoofd zitten. Achteraf zie ik vaak wel hoe de wolken al aan de horizon kwamen piepen, lang voor ze mij het zicht ontnamen: maar moeilijk op tijd naar bed raken, zware discussies, dingen ontwijken, dingen uitstellen, me teveel zorgen maken om anderen, me te weinig zorgen maken om anderen, veel eten, weinig eten, slecht eten... Het zijn tekens aan de wand.

Als er iets is dat ik nog moet leren... Dan is het preventieve zelfzorg. Wat vaker die afwas er doorheen jagen, toch net dat half uurtje eerder naar bed gaan, wat minder vaak het drama opzoeken en wat meer zelfvertrouwen in mijn stem steken wanneer ik mijn vrienden zeg dat ik gisteren eigenlijk ook al pizza had. Maar net zo goed zijn er dingen die ik ondertussen al geleerd heb... Zoals curatieve zelfzorg en aanvaarding. Het weten dat de regen ooit op raakt en er weer zon komt. Het mezelf niet forceren om te veel te willen doen op zo'n dagen, maar terzelfdertijd ook niet alléén maar in bed blijven liggen en na een boek, een snelle hap en een dutje durven stellen dat het zo wel weer mooi is geweest. Zoeken naar een diepgewortelde oorzaak moet op zo'n dagen even niet. En dat takenlijstje... Ik kan er al wat aan beginnen, maar morgen... Morgen is er weer een dag! En dan gaat het vast weer beter met me.


Depressieve buien zullen vast nog wel even deel uit blijven maken van mijn leven. Langzaam leer ik verdriet, pijn maar ook verstarring en stilstand een plekje te geven. Ik probeer er aan te werken en er over te praten eerder als er alleen mee te blijven zitten en te veel over na te denken. En soms lukt dat. Maar soms ook niet. En dat is heus niet zo erg als ik ooit eerst dacht.



16 december 2014

Black Dog (on a leash) - Depressie IV

Het zijn de ochtenden na (letterlijk) slapeloze nachten dat ik het mezelf weer maar eens moeizaam bekennen moet... Het is op die momenten dat ik schoorvoetend - het went nooit - aan mezelf moet toegeven dat het niet zo goed met me gaat als dat ik iedereen, mezelf op kop, wil laten geloven. Anders dan het vlugge, platte en lege antwoord op die afschuwelijke vraag, moet ik dan vaststellen dat het niét goed met me gaat.




'Het is ook je eigen schuld,' wil ik mezelf dan voor de voeten werpen. Heb ik immers niet alweer een hele poos geen balpen of klavier aangeraakt? Laat ik immers niet alweer teveel van me vragen? En waarom laat ik al dat huishoudelijke werk weer zo gigantisch opstapelen? 'Zie je wel? Je eigen schuld...' En vrienden die vragen hoe het met me gaat, die lieg ik even hard voor als dat ik mezelf voorlieg.
Dat ik vorige week letterlijk met de tranen over de wangen even vol de dip indook, schreef ik toen nog af als eenmalig, weinig zeggend, irrelevant voor mijn algemene toestand. Dat ik nu wéér eens een nacht niet slaap, aanvaard ik dan toch maar (misschien? eindelijk? echt?) als een teken aan de wand.

Een heel relaas schrijven zoals een tijdje terug (1, 2, 3) wil vandaag niet lukken, dus ik laat me bijstaan door wat er al is... De WHO (World Health Organisation) voert op treffende wijze een campagne, gestoeld op woorden van Winston Churchill, die zelf ook leed aan depressie.
 Churchill beschreef zijn depressieve periodes wel eens als zwarte honden. (En blijkbaar neemt zo'n hond af en toe de tijd om even in de tuin te gaan wandelen, om vervolgens weer bij je terug te komen...) Hieronder staan twee filmpjes. Het eerste is het verhaal van 'Black Dog', het tweede bevat tips voor mensen (in de omgeving van mensen) met depressie.







Afsluiten wil ik niet doen met een sombere noot. Integendeel... Bij de pakken willen blijven neerzitten, dat is één van die gevoelens die ik net van me af wil schudden. Daarom heb ik besloten om mee te gaan doen aan een digitale uitdaging die al langer bestaat: de #100HappyDays-challenge. Op die manier wil ik mezelf weer leren kennen en ook mezelf er de komende honderd dagen aan herinneren wat me blij kan maken. Wie wil volgen, kan dat (uiteraard geheel vrijblijvend) via deze link.


To be continued...




15 september 2014

Vriendschap - Depressie III



Depressie… De afgelopen twee blogs die ik aan het onderwerp wijdde hadden een eerder donkere inslag. Vandaag gooi ik het dan ook graag eens over die andere boeg: steun, warmte , vriendschap. En vooral ook veel dankbaarheid. “In tijden van nood, leert men zijn vrienden kennen.” En blijkbaar mag ik me gelukkig prijzen met aardig wat van die types.



Een oude kotgenoot, de ouders van mijn petekindje, een hartsvriendin, een grote broer, een kleine zus,… De lijst is – wanneer ik er zo even bij stil sta – best wel lang te noemen. Dat is iets bijzonder en ik weet niet of ik ooit onder woorden kan krijgen hoe dankbaar ik ieder van hen ben. Want ze staan er, dag en nacht. Ze zijn er wanneer ik onnozel aan het doen ben, wanneer ik lach, wanneer ik huil. Ze bieden me steun, houden me af en toe de nodige spiegels voor, durven me pijn te doen. Ze staan klaar wanneer ik hen nodig heb: een luisterend oor, een stevige schouder, een kop thee. En alles wat ik hen in de  plaats terug hoef te geven is mijn dankbaarheid. En zelfs die is soms niet eens nodig…

Ik weet niet of de warme gloed die ik soms op een spontaan moment ervaar universeel is. Dat warme gevoel dat vanuit de kern van mijn lijf naar buiten straalt. Tijdens een fietstocht, op avonden rond de tafel, op de bank met een goed glas wijn. Het is een gevoel van intens geluk en vervolmaking. Het is het gevoel ergens thuis te zijn. Het is het weten dat alles wel goed komt, ook als de nacht extra donker is.


Wat vrienden voor een mens betekenen, kan niet overschat worden. En ik kan enkel hopen dat iedereen minstens af en toe het geluk mag hebben een goede vriend tegen te komen in haar/zijn/* leven. Iemand die hen ondersteunt, zelfs als de last op hun schouders het zwaarst weegt. Iemand die met hen lacht en met hen huilt. Iemand die complimenten geeft, maar ook eerlijk durft te zijn wanneer dat nodig is.

Ik ben dankbaar dat ik zo’n mensen in mijn leven heb. Mensen tegen wie ik kan vertellen wat me dwars zit, wat me gelukkig maakt of soms ook gewoon wat me bezig houdt. Want ik val vaak in een duister gat, maar ik weet dat zij er zijn om me op te vangen, telkens weer. Ook al heb ik het niet altijd verdient, al doe ik soms vervelend, al is mijn rugzak soms nog zo zwaar.


Ik ben hen dankbaar.


11 september 2014

Superheld - Depressie II


Soms overvalt het me zomaar. Dan zit ik het ene moment te lachen en weet ik het volgende moment niet zo heel goed wat ik voel. Ik weet alleen dat het geen leuk gevoel is... Woorden om het nader te beschrijven zijn er niet echt. Het is een soort leegte, en toch ook niet. Het is me heel erg vol voelen, en toch ook niet. Het is een echo en een doffe slag tegelijk. Het is verlammend. Dat wel... En plots wil geen gedachte meer tegoei doordringen, wil geen taak meer lukken. Er waart een spook door mijn hoofd. Dat spook heet depressie.




Op de momenten dat het dan even niet gaat, dan start er een achtbaan in mijn hoofd. Die valt van een hoogte vol niks, roetsj! ...naar beneden. Ik trek mezelf mee de diepte in. Plots ben ik zelf niets meer waard. Plots verliest mijn 'ik' zelfs de 'silver lining' die er vroeger altijd was om me aan op te trekken als ik even in een dipje zat. Plots blokkeer ik en kan ik maar moeilijk meer terug. De wereld binnen in mij valt stil, terwijl die wereld daar buiten ongenadig en chaotisch verder beukt in mijn gedachten. Vragen als 'Wie ben ik?' verdraaien zich tot 'Wat ben ik waard?'. Vragen als 'Wat is de zin?' verduisteren tot het simpele 'Waarom?'. De absolute leegte, het obstructieve van een gedachte aan niets, het blokkerende aan ondefinieerbare gevoelens en het verdovende in de chaos...

Gelukkig zijn er momenten dat het even beter gaan. Soms duren die momenten zelfs een behoorlijke poos. Dan lukt alles weer. Dan kan ik intens genieten van dingen gedaan krijgen. Het zijn die momenten die ik tegenwoordig koester. Ze geven me een gevoel van eigenwaarde dat eens een keertje niet verbonden is aan een schijnbaar niks doen, aan een nutteloos rondhangen in mijn eigen vege lijf. Ik klamp me dan koortsachtig vast aan die momenten. Bij iedere geforceerde lach die ik slaak, bij iedere duistere gedachten die voorbij zweeft, op ieder donker moment op mijn dag... zijn dat de dingen waaraan ik me vasthoud: mijn hoofd hangt niet altijd vol onweerswolken, soms schijnt in mijn hart de zon. En zolang ik me dat besef - zo vertel ik mezelf - komt alles wel goed. Toch?


Ik dacht altijd dat ik een goed beeld had op wat een depressie was, maar nu leer ik dat ik eigenlijk geen flauw idee had. De woorden waarmee ik voor mezelf depressie beschreef waren niet meer dan dat: woorden. Het was een beeld dat - hoewel genuanceerd - toch nog behoorlijk wat misvattingen kende. Het is misschien een beetje zoals voor het eerst echt verliefd op iemand worden: je kan het je niet echt helemaal inbeelden. Pas op het moment dat je voor iemand valt besef je hoe zoiets aanvoelt. En natuurlijk zijn er de sprookjes, de boeken en de films die je een notie geven van... Uiteindelijk raken die slechts de oppervlakte van verliefdheid aan. Of soms ook: de oppervlakte van de symptomen van een depressie

Het leven kronkelt momenteel op vreemde manieren langs, over en onder me door. Ik lijk de grip op de dingen wat kwijt te zijn. En ieder moment bid ik, dat die zelfverzekerde jongen die ik ooit was me komt redden. Dat hij me meeneemt naar toen ik krachtig in mijn schoenen stond. De tijd van 'Je m'en fou!' en 'King of the World'. Mezelf als mijn eigen prins op het witte paard... Waar is die onversaagde held? Waarom is hij niet bij me nu? Komt hij ooit nog terug? Man, wat verlang ik naar zijn terugkeer...



Gelukkig onweert het niet altijd in mijn hoofd.

(To be continued...)


8 september 2014

'Hoe gaat het?' - Depressie I


Het is lang geleden dat ik nog eens iets postte op deze blog. Het is zelfs lang geleden dat ik ook maar iets schreef. Maar daar komt nu dus verandering in. Als onderdeel van een plan om mijn algeheel welbevinden te verbeteren. Therapie, zeg maar… En ja. Ik post die tekst op het internet, waar iedereen het lezen kan. Ik schaam me dan ook niet voor de reden dat ik dit schrijf. Het is al te vaak taboe om over gevoelens en psychisch welbevinden te praten, maar ik zie niet in waarom we er over zouden moeten zwijgen. We zouden met ons allen beter wat vaker stil staan bij hoe we ons als mensen voelen… En dat zeg ik ook los van mijn eigen huidige situatie.





Een kleine maand geleden voelde ik me futloos. Niet lichamelijk, maar in mijn hoofd. ‘Tekenen van een depressie’, aldus de dokter. Dus nu ben ik in behandeling, met alles wat daar bij hoort: een psycholoog, antidepressiva en een godzijdank zorgzame en warme omgeving. De diagnose was een behoorlijke schok. Immers: ik heb wel vaker last van sombere periodes. En toen ik bij de dokter binnenstapte omdat ik me nergens meer aan gezet kreeg – niet op mijn werk, niet in het huishouden en niet in het verenigingsleven  - dacht ik aan één of ander vitaminetekort dat zo zou worden opgelost met wat pillen en aangepaste voeding. Toen ik buitenkwam was dat wel met een voorschrift voor pillen, maar niet voor de pillen die ik verwacht had.

Waar ik me de laatste maand aan erger is de vraag “Hoe gaat het?” aan het begin van een gesprek. Nu vond ik dat al langer een stompzinnige vraag die vaak enkel gesteld wordt uit beleefdheid. En nu het effectief niet goed met me gaat, werd de vraag een bron van ergernis. Veel mensen willen niet horen dat het slecht met je gaat. Dan moeten ze luisteren naar een verhaal. Het sociaal verwachte antwoord op de vraag “Hoe gaat het?” is “Goed. En met jou?” Maar goed, sommige zaken zijn nu eenmaal wat ze zijn…

Mijn voornaamste probleem momenteel is dat ik niet goed weet wat zeggen. Ik maak er geen geheim van dat het momenteel even wat minder met me gaat, maar om dat nu in ieder gesprek te gaan vermelden… Bovendien is de follow-up question nadat je zegt dat je symptomen van een depressie hebt steevast “Oei. Hoe komt het?” En dat is net de ene vraag die ik nog meer verafschuw dan het verfoeilijke “Hoe gaat het?”…



Het zit namelijk zo: ik weet het zelf niet. Ik weet niet waarom ik me ongelukkig voel. Ik weet niet waarom ik me alsmaar de vragen stel die ik me stel. Ik weet niet waarom ik me soms in mijn functioneren geblokkeerd voel. “Is het je werk?” Neen, want ik werk graag bij LINC vzw. De Digitale Week is een boeiend project, met meerwaarde en ik mag er aan werken binnen een aangename werksfeer. “Voel je je eenzaam?” Ja, maar niet zo eenzaam dat ik er aan kapot ga. Ik zou inderdaad liever een leuke partner hebben om het leven mee te delen, maar ik ben niet wanhopig op zoek naar… “Kun je je ei niet kwijt bij je vrienden?” Jawel. Zoals ik daarnet al zei: ik ben dankbaar om de warme zorgen die mijn vrienden me geven. Ik koester hun vriendschap en hun genegenheid en ik kan met hen praten over wat er in mijn leven gebeurd. “Wat is het dan?” Ik weet het niet. Ik weet het écht niet.


Misschien kom ik er de komende tijd al schrijvend achter? Hoe dan ook: to be continued…


27 oktober 2013

Herfst.


Gevangen in gedachten. De woorden die ik nodig heb, krijg ik niet op papier. Ik typ de ene letter na de andere en wis hele regels dan weer uit. Het is donker in de kamer en de meer dan halve fles wijn die net nog in de koelkast koud stond te wezen is nu leeg. Ademen is moeilijk en gedachten spinnen aan het vliegwiel in mijn hoofd. Er is zoveel om over te schrijven: discussies over fabelfiguren en racisme, het feit dat de Vlaming steeds meer aan ik-eerst-dan-ons-denken doet, de nakende verkiezingen van de Jongsocialisten op zowel het nationale als het lokale niveau, the Day of the Doctor,... Maar het is alsof mijn spreekwoordelijke pen geen inkt laten wil. Het blad blijft wit. In mijn hoofd en hart zijn er andere gedachten en gevoelens die om aandacht schreeuwen.

In eerdere blogs had ik het al eens over mijn drukke agenda. Over hoe ik beloofde om de tijd te nemen om te leven. Nu ik het langzaamaan die tijd durf geven, nu leer ik weer... Tijd geven aan het leven, dat is tijd geven aan het voelen. En ik voel niet graag. Voelen heb ik niet onder controle. Wat mijn hart beroerd gaat haar eigen gang, onweerstaanbaar en niet te stoppen. Mijn gevoelens sleuren mijn gedachten mee de afgrond in. En ik wil niet voelen. Ik wil niet blij zijn of verdrietig. Ik wil niet dansen of treuren. Ik wil niet gelukkig zijn of bang, niet vrolijk, niet alleen. Bij diepe toppen horen dan wel de hoge toppen, maar die redenering kan je andersom ook stellen: geen diepe dalen zonder die hoge toppen. Dus ik snij het voelen liever weg.

Ons voelen maakt ons mens en dus onredelijk. Onze gevoelens maken onze gedachten troebel. We kunnen niet om die gevoelens heen, ze verdoven ons denken met de vakkundigheid van een jarenlang getraind specialisme. Jarenlang, want het begint al bij ons kind-zijn: de verloren teddybeer of het zonnige grasveld slorpen ons op. Ze laten geen ruimte voor gedachte, redelijkheid, ratio. Het zonovergoten strand maakt de weg vrij voor de vieze boerenkool en dankzij het licht is er de duisternis.

Het is maar normaal dat we voelen. Maar het is vreemd dat we voelen...



Ik herlees mezelf en proef de donkere woorden die ik op het (digitale) papier heb neergekwakt. Ik voel ze. Afschuwelijk: ik voel ze. Ik voel hoe ze branden in mijn maag, prikken achter mijn ogen, kloppen in mijn hart. Ik geniet van het zwelgen in het zwarte. Een genieten dat - verwarring alom - zelf ook weer voelen is. En dat voelen, dat rollen, dat blij worden om het eigen verdrietig dof zijn... Het doet de wolken wijken. Er is weer een zilver lijntje onderaan die stormwolk. Het schrijven verlicht. De steen op mijn borst voelt minder aanwezig. Misschien dat ik me morgen zelfs weer op het leven focussen kan?!

Plots zie ik weer in dat de pijn, eens ze geweken is, plaats heeft gemaakt voor andere gedachten. Ik kan weer genieten van wat ik eens gehad heb, ondanks dat ik het verloor. Ik kan weer genieten van het hier, het nu, het gewoonweg zijn.

Dan besluipt me het besef... Dat die zon straks ook weer zal verdwijnen. Dat wolken weer terug komen. Dat dit licht slechts de voorbode is van duisternis. Een vicieuze cirkel van goed, van kwaad. Eeuwig tollen de seizoenen om de velden heen. Ploegende gedachten. Het vallen van de bladeren...


Herfst.


11 oktober 2013

De jongen die niet huilen kon... - Over zorgen voor.

Gisteren was het Werelddag van de Geestelijke Gezondheid. Ik kreeg mijn tekst niet tijdig online, maar ik wil hem jullie zeker niet onthouden...





Ik beken: ik ben van tijd tot tijd wel eens een grote huilebalk. Onbedaarlijk rollen te  tranen me van de wangen. Horten, stoten en gesnik versamachten de stilte om me heen en  met rood opgezwollen ogen hang ik doelloos op de bank of in bed. Ik heb van die buien. Ik weet het. En ik schaam me er vooral niet voor. Maar plots...


Meestal gebeurt het na een paar glazen alcohol of tijdens/na extreme stresssituaties... Bijvoorbeeld vlak na het wanneer ik midden in een vlucht tussen Istanboel en Izmir de verzorging van een epileptische patiënt heb moeten coördineren. Of tijdens een avondje iets te zwaar doorzakken aan de toog. Of bij een overlijden. Bij verlies.

Het mooie aan dat huilen is het feit dat het zo ontzettend op kan luchten. Zoals de wereld weer fris is na een lentebui, zo huil ik de zorgen van me af wanneer ik het niet van me af geschreven krijg. Het is misschien niet het meest mannelijke om toe te geven in een heteronormatieve en koele cultuur als de onze, maar het is zo dom je te schamen voor een natuurlijke reactie die me bovendien verlost van (een deel van) mijn verdriet. Wat nou, 'niet stoer'? Ik durf mijn tranen te laten zien. Ik draag ze met trots want ze tonen mijn mens zijn. Ik ben immers geen Vulcan.

Sinds kort word ik - voor het eerst in mijn leven - geconfronteerd met een nieuw fenomeen: het niet om iets kunnen huilen. Soms komt die bepaalde kwestie wel bovendrijven maar verder dan een traan of wat en een snik of twee kom ik niet. Alsof mijn lichaam op de noodrem drukt en zegt: 'Doe maar beter niet, Rob.' Alsof het voelt dat wanneer ik toegeef aan de tranen, wanneer ik eindelijk die sluizen openzetten zou, dat de dam het niet meer kan houden en mijn geest zou overstromen.

Ik lijd pijn. En ik krijg de pijn niet weggehuild. Ik mag niet van mezelf. Bevreemdend. Ongemakkelijk...





"Eens goed praten, de dingen uitspreken. Dat helpt. Relativeren, nadenken. Er niet mee blijven zitten. Hulp durven vragen, je hand durven uitsteken. Tegen vrienden vertellen dat het even niet gaat. Durf huilen. Leer weer voelen..." Als hulpverlener hoor ik mensen al die dingen te vertellen. Uit eigen ervaring weet ik echter hoe moeilijk het soms zijn kan om te praten. Als je je niet lekker in je vel voelt, is het soms aanlokkelijker om eenzaam in de bank weg te zakken dan om wonden open te halen en er met grof zout doorheen te gaan. Maar laat me bij deze toch het goede voorbeeld geven.

Mijn agenda is vaak stevig volgepland. Zo stevig dat ik amper de tijd heb om te ademen, laat staan om voor mezelf te zorgen. Dat heeft - dat moet worden toegegeven - zijn tol. Chronisch slaaptekort, insomnia, chaos in mijn hoofd. En dat draagt dan weer bij aan perioden van neerslachtigheid, perioden van extreme prikkelbaarheid (de soort waarin je je overprikkeld voelt, niet per se die waarin je kortaf bent.), een gedesoriënteerd gevoel,... Gevoelens waarover we niet graag praten. Gevoelens die we verzwijgen en al snel ver weg willen steken.

Ik wil graag de vrienden bedanken die er altijd voor me zijn. Vrienden die luisteren. Die keer op keer er gewoon zijn en verdragen dat ik voor de -tigste keer met datzelfde zit. Vrienden die ik beschouw als familie en die hopelijk ook weten dat mijn deur ook altijd voor hun open staat. Bedankt om te luisteren. Dat lucht op. Dat heb ik nodig. Dat helpt me. Dus bedankt. Dat kan ik hier niet genoeg onderstrepen.

Op deze Werelddag van de Gezondheidszorg wil ik - bij wijze van dank - mezelf dan ook wat beloven. Ik beloof mezelf meer tijd te nemen om te leven en me minder te laten leven. Ik beloof mezelf opzoek te gaan naar een gezonder evenwicht tussen engagement en tijd voor mezelf. Ik beloof mezelf dat ik wanneer ik ergens mee zit ik er over praten zal. Met vrienden, familie, collega's,... Mensen die ik vertrouw. En als het moet ook met professionele hulpverstrekkers.

Het komende jaar wil ik daarnaast ook een stukje van mijn politieke focus voorbehouden voor zorg. Zorg voor mensen die nood hebben aan een gesprek, aan gezelschap, aan steun. Zorg voor mensen voor wie de wereld te veel prikkels geeft. Zorg voor mensen die op zoek zijn, zich niet lekker voelen. Zorg voor wie de stap niet kan of durft zetten.


Want er voor elkaar zijn, daar draait het toch ook gewoon om?







En voor wie het even nodig heeft, maar die het even niet kwijt kan of durft aan een bekende... Blijf er niet mee zitten en neem contact op met mensen die klaar zitten om te luisteren:

Algemeen welzijn: het CAW in jouw buurt...
Voor jongeren: het JAC in jouw buurt...
Awel (Kinder- & Jongerentelefoon): 102 of www.awel.be/
Tele-onthaal: 106 of http://www.tele-onthaal.be
 Holebifoon: 0800 - 99 533 of www.holebifoon.be
Childfocus: 116 000 of www.nupraatikerover.be
Zelfmoordlijn: 02 - 649 95 55 of www.zelfmoordlijn.be