Pagina's

Posts tonen met het label Zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zorg. Alle posts tonen

21 juni 2017

Zorgen - Een straat in mijn stad.

Deze week las ik de column van een van onze vele studenten. Hoe hij er academisch voor staat, zo op het eind van deze examenperiode, dat weet ik niet. Maar ik ken die student als iemand met engagement, inzet, vrolijkheid,... 'Met de nodige dosis X-factor', zoals ze hier op school zeggen. En ik moet eerlijk bekennen dat zijn tekst me op een persoonlijk niveau raakte. Zo zeer zelfs dat ik er voor het eerst sinds láng mijn pen voor opneem.






Een tijd terug verscheen er een artikel in de krant waarin de voorzitter van het Regenbooghuis Limburg geciteerd wordt over het feit dat 'je ook in Hasselt maar beter oppast als je hand in hand loopt.' Het is een quote waar ik toen - en nu nog steeds, moet ik bekennen - een beetje boos van werd. Sindsdien lopen mijn vriend en ik steevast hand in hand. "We laten ons immers toch niet intimideren door zo'n tendentieuze quotes en geïnternaliseerd racisme?"

Maar als ik heel eerlijk ben... Ben ook ik op meer dan één van die gelegenheden bang geweest: Je voelt je op zo een moment bekeken. Je voelt je bedreigt. Eén verkeerde blik of beweging kan in zo'n momenten... Een rilling trekt door je ruggengraat. Je slikt een keer. Maakt je onbewust heel breed of net heel klein. Je maakt je klaar om - als het nodig is - heel erg hard te gaan lopen. Hoe groot je mond soms ook is, op zo een moment heb je een heel klein en vooral heel angstig hartje.

Begrijp me niet verkeerd: Ik weiger mijn houding aan te passen. Koppig blijven mijn vriend en ik elkaars hand vast houden. Weerbarstig bieden we het hoofd tegen een draak van een onveiligheidsgevoel. Ook aan het station. Ook in het donker. En ook als mensen kijken. Maar ik ben vooral ook een beetje bang. Hoewel ik het niet helemaal eens ben met de sprongen die onze student in zijn conclusie maakt, kan ik niet anders dan zijn gevoel van angst te herkennen en te erkennen. Los van de koppeling die hij zelf legt met respect, is het dat basale gevoel van angst wat me aan zijn tekst bindt.

Hoewel we onszelf en onze reacties niet al te zeer door angst mogen laten leiden, kunnen we niet om dat zeer menselijke en vaak terechte gevoel heen. Dus hierbij ineens een eigen oproep. Het is geen roep om respect of 'normen en waarden' - in mijn ogen vreselijk vage en interpreteerbare begrippen - maar om zorg. Zorg nadat we bang zijn geweest: een warme knuffel, een luisterend oor, veilige geborgenheid. Zorg wanneer we bang zijn: een tussenkomst, een vluchtweg, oplettendheid op en om elkaar. Zorg zodat we niet bang hoeven te worden: samen bouwen aan een veiligere wereld, elkaar en vooral ons zelf wijzen op waar we beter kunnen, actief inzetten op 'wij' eerder als 'zij', al van in de creches en kleuterklassen. En... Geitewollesokkerig als het mag klinken: it's that simple.


Ik hoop dat onze studenten veilig door de stad kunnen. Ik hoop dat ze zo veilig door de stad kunnen dat ze zich ook effectief veilig mogen vóelen. En ik hoop, met veel liefde, op heel veel Zorg.


30 januari 2016

Buien - Depressie V

'I had a black dog, it name was depression,' is een quote die de vaste lezers van mijn blog misschien wel kennen. (Toch niet? Dan kan je dat alsnog ontdekken onder de tag 'Depressie'.) Het is een quote in de verleden tijd en dat past. Ik zou me immers niet meer beschrijven als 'depressief'. Waar ik het vandaag wel over wil hebben, zijn die donkere dagen die er af en toe toch nog zijn...



Het is een regenachtige dag geweest. Passend dus wel dat ik het vandaag ook heb over de wolken in mijn hoofd. Want net als de hemel is ook mijn hoofd soms bedekt met grijs en zwart en duisternis. "Dat is normaal. Iedereen heeft wel eens een mindere dag," zou je kunnen zeggen. Maar het is toch net dat tikje anders.

Er zijn dagen waarop ik mijn bed echt maar héél moeilijk uit kan. Mijn gemoed drukt me die dagen haast fysiek weer het matras in en maakt de ruimte kil. De duisternis sijpelt dan uit mijn hoofd  de kamer in en zorgt er voor dat ik me aan alles stoot. Mijn ogen branden dan met tranen die niet komen en mijn maag... Het zijn van die dagen dat werktaken zoveel groter zijn en ik zoveel kleiner. Ieder kopje afwas is er dan een te veel en doet me uit de keuken vluchten. Wat vervelend is, want wanneer ik me goed voel durf ik die afwas ook meer dan regelmatig te laten aangroeien. En oh, wat spijt me dat op donkere dagen. Iedere verkeerd gestrooide sok, ieder papiertje dat het bureau bedekt, ieder te koken rijstkorreltje... Op zo'n dagen is alles me te veel. Immers: 'ik heb  me amper aangekleed gekregen. Hoe moet iets anders, iets groter ooit gaan lukken?



Ik voel ze nog niet aankomen die dagen. Maar ik ben ze wel gewoon en ik heb ze leren accepteren. Ze hebben een plaatsje gekregen in mijn leven. Achteraf zie ik vaak wel dat het niet zo vreemd is dat er wolken in mijn hoofd zitten. Achteraf zie ik vaak wel hoe de wolken al aan de horizon kwamen piepen, lang voor ze mij het zicht ontnamen: maar moeilijk op tijd naar bed raken, zware discussies, dingen ontwijken, dingen uitstellen, me teveel zorgen maken om anderen, me te weinig zorgen maken om anderen, veel eten, weinig eten, slecht eten... Het zijn tekens aan de wand.

Als er iets is dat ik nog moet leren... Dan is het preventieve zelfzorg. Wat vaker die afwas er doorheen jagen, toch net dat half uurtje eerder naar bed gaan, wat minder vaak het drama opzoeken en wat meer zelfvertrouwen in mijn stem steken wanneer ik mijn vrienden zeg dat ik gisteren eigenlijk ook al pizza had. Maar net zo goed zijn er dingen die ik ondertussen al geleerd heb... Zoals curatieve zelfzorg en aanvaarding. Het weten dat de regen ooit op raakt en er weer zon komt. Het mezelf niet forceren om te veel te willen doen op zo'n dagen, maar terzelfdertijd ook niet alléén maar in bed blijven liggen en na een boek, een snelle hap en een dutje durven stellen dat het zo wel weer mooi is geweest. Zoeken naar een diepgewortelde oorzaak moet op zo'n dagen even niet. En dat takenlijstje... Ik kan er al wat aan beginnen, maar morgen... Morgen is er weer een dag! En dan gaat het vast weer beter met me.


Depressieve buien zullen vast nog wel even deel uit blijven maken van mijn leven. Langzaam leer ik verdriet, pijn maar ook verstarring en stilstand een plekje te geven. Ik probeer er aan te werken en er over te praten eerder als er alleen mee te blijven zitten en te veel over na te denken. En soms lukt dat. Maar soms ook niet. En dat is heus niet zo erg als ik ooit eerst dacht.



16 december 2014

Black Dog (on a leash) - Depressie IV

Het zijn de ochtenden na (letterlijk) slapeloze nachten dat ik het mezelf weer maar eens moeizaam bekennen moet... Het is op die momenten dat ik schoorvoetend - het went nooit - aan mezelf moet toegeven dat het niet zo goed met me gaat als dat ik iedereen, mezelf op kop, wil laten geloven. Anders dan het vlugge, platte en lege antwoord op die afschuwelijke vraag, moet ik dan vaststellen dat het niét goed met me gaat.




'Het is ook je eigen schuld,' wil ik mezelf dan voor de voeten werpen. Heb ik immers niet alweer een hele poos geen balpen of klavier aangeraakt? Laat ik immers niet alweer teveel van me vragen? En waarom laat ik al dat huishoudelijke werk weer zo gigantisch opstapelen? 'Zie je wel? Je eigen schuld...' En vrienden die vragen hoe het met me gaat, die lieg ik even hard voor als dat ik mezelf voorlieg.
Dat ik vorige week letterlijk met de tranen over de wangen even vol de dip indook, schreef ik toen nog af als eenmalig, weinig zeggend, irrelevant voor mijn algemene toestand. Dat ik nu wéér eens een nacht niet slaap, aanvaard ik dan toch maar (misschien? eindelijk? echt?) als een teken aan de wand.

Een heel relaas schrijven zoals een tijdje terug (1, 2, 3) wil vandaag niet lukken, dus ik laat me bijstaan door wat er al is... De WHO (World Health Organisation) voert op treffende wijze een campagne, gestoeld op woorden van Winston Churchill, die zelf ook leed aan depressie.
 Churchill beschreef zijn depressieve periodes wel eens als zwarte honden. (En blijkbaar neemt zo'n hond af en toe de tijd om even in de tuin te gaan wandelen, om vervolgens weer bij je terug te komen...) Hieronder staan twee filmpjes. Het eerste is het verhaal van 'Black Dog', het tweede bevat tips voor mensen (in de omgeving van mensen) met depressie.







Afsluiten wil ik niet doen met een sombere noot. Integendeel... Bij de pakken willen blijven neerzitten, dat is één van die gevoelens die ik net van me af wil schudden. Daarom heb ik besloten om mee te gaan doen aan een digitale uitdaging die al langer bestaat: de #100HappyDays-challenge. Op die manier wil ik mezelf weer leren kennen en ook mezelf er de komende honderd dagen aan herinneren wat me blij kan maken. Wie wil volgen, kan dat (uiteraard geheel vrijblijvend) via deze link.


To be continued...




8 september 2014

'Hoe gaat het?' - Depressie I


Het is lang geleden dat ik nog eens iets postte op deze blog. Het is zelfs lang geleden dat ik ook maar iets schreef. Maar daar komt nu dus verandering in. Als onderdeel van een plan om mijn algeheel welbevinden te verbeteren. Therapie, zeg maar… En ja. Ik post die tekst op het internet, waar iedereen het lezen kan. Ik schaam me dan ook niet voor de reden dat ik dit schrijf. Het is al te vaak taboe om over gevoelens en psychisch welbevinden te praten, maar ik zie niet in waarom we er over zouden moeten zwijgen. We zouden met ons allen beter wat vaker stil staan bij hoe we ons als mensen voelen… En dat zeg ik ook los van mijn eigen huidige situatie.





Een kleine maand geleden voelde ik me futloos. Niet lichamelijk, maar in mijn hoofd. ‘Tekenen van een depressie’, aldus de dokter. Dus nu ben ik in behandeling, met alles wat daar bij hoort: een psycholoog, antidepressiva en een godzijdank zorgzame en warme omgeving. De diagnose was een behoorlijke schok. Immers: ik heb wel vaker last van sombere periodes. En toen ik bij de dokter binnenstapte omdat ik me nergens meer aan gezet kreeg – niet op mijn werk, niet in het huishouden en niet in het verenigingsleven  - dacht ik aan één of ander vitaminetekort dat zo zou worden opgelost met wat pillen en aangepaste voeding. Toen ik buitenkwam was dat wel met een voorschrift voor pillen, maar niet voor de pillen die ik verwacht had.

Waar ik me de laatste maand aan erger is de vraag “Hoe gaat het?” aan het begin van een gesprek. Nu vond ik dat al langer een stompzinnige vraag die vaak enkel gesteld wordt uit beleefdheid. En nu het effectief niet goed met me gaat, werd de vraag een bron van ergernis. Veel mensen willen niet horen dat het slecht met je gaat. Dan moeten ze luisteren naar een verhaal. Het sociaal verwachte antwoord op de vraag “Hoe gaat het?” is “Goed. En met jou?” Maar goed, sommige zaken zijn nu eenmaal wat ze zijn…

Mijn voornaamste probleem momenteel is dat ik niet goed weet wat zeggen. Ik maak er geen geheim van dat het momenteel even wat minder met me gaat, maar om dat nu in ieder gesprek te gaan vermelden… Bovendien is de follow-up question nadat je zegt dat je symptomen van een depressie hebt steevast “Oei. Hoe komt het?” En dat is net de ene vraag die ik nog meer verafschuw dan het verfoeilijke “Hoe gaat het?”…



Het zit namelijk zo: ik weet het zelf niet. Ik weet niet waarom ik me ongelukkig voel. Ik weet niet waarom ik me alsmaar de vragen stel die ik me stel. Ik weet niet waarom ik me soms in mijn functioneren geblokkeerd voel. “Is het je werk?” Neen, want ik werk graag bij LINC vzw. De Digitale Week is een boeiend project, met meerwaarde en ik mag er aan werken binnen een aangename werksfeer. “Voel je je eenzaam?” Ja, maar niet zo eenzaam dat ik er aan kapot ga. Ik zou inderdaad liever een leuke partner hebben om het leven mee te delen, maar ik ben niet wanhopig op zoek naar… “Kun je je ei niet kwijt bij je vrienden?” Jawel. Zoals ik daarnet al zei: ik ben dankbaar om de warme zorgen die mijn vrienden me geven. Ik koester hun vriendschap en hun genegenheid en ik kan met hen praten over wat er in mijn leven gebeurd. “Wat is het dan?” Ik weet het niet. Ik weet het écht niet.


Misschien kom ik er de komende tijd al schrijvend achter? Hoe dan ook: to be continued…


11 oktober 2013

De jongen die niet huilen kon... - Over zorgen voor.

Gisteren was het Werelddag van de Geestelijke Gezondheid. Ik kreeg mijn tekst niet tijdig online, maar ik wil hem jullie zeker niet onthouden...





Ik beken: ik ben van tijd tot tijd wel eens een grote huilebalk. Onbedaarlijk rollen te  tranen me van de wangen. Horten, stoten en gesnik versamachten de stilte om me heen en  met rood opgezwollen ogen hang ik doelloos op de bank of in bed. Ik heb van die buien. Ik weet het. En ik schaam me er vooral niet voor. Maar plots...


Meestal gebeurt het na een paar glazen alcohol of tijdens/na extreme stresssituaties... Bijvoorbeeld vlak na het wanneer ik midden in een vlucht tussen Istanboel en Izmir de verzorging van een epileptische patiënt heb moeten coördineren. Of tijdens een avondje iets te zwaar doorzakken aan de toog. Of bij een overlijden. Bij verlies.

Het mooie aan dat huilen is het feit dat het zo ontzettend op kan luchten. Zoals de wereld weer fris is na een lentebui, zo huil ik de zorgen van me af wanneer ik het niet van me af geschreven krijg. Het is misschien niet het meest mannelijke om toe te geven in een heteronormatieve en koele cultuur als de onze, maar het is zo dom je te schamen voor een natuurlijke reactie die me bovendien verlost van (een deel van) mijn verdriet. Wat nou, 'niet stoer'? Ik durf mijn tranen te laten zien. Ik draag ze met trots want ze tonen mijn mens zijn. Ik ben immers geen Vulcan.

Sinds kort word ik - voor het eerst in mijn leven - geconfronteerd met een nieuw fenomeen: het niet om iets kunnen huilen. Soms komt die bepaalde kwestie wel bovendrijven maar verder dan een traan of wat en een snik of twee kom ik niet. Alsof mijn lichaam op de noodrem drukt en zegt: 'Doe maar beter niet, Rob.' Alsof het voelt dat wanneer ik toegeef aan de tranen, wanneer ik eindelijk die sluizen openzetten zou, dat de dam het niet meer kan houden en mijn geest zou overstromen.

Ik lijd pijn. En ik krijg de pijn niet weggehuild. Ik mag niet van mezelf. Bevreemdend. Ongemakkelijk...





"Eens goed praten, de dingen uitspreken. Dat helpt. Relativeren, nadenken. Er niet mee blijven zitten. Hulp durven vragen, je hand durven uitsteken. Tegen vrienden vertellen dat het even niet gaat. Durf huilen. Leer weer voelen..." Als hulpverlener hoor ik mensen al die dingen te vertellen. Uit eigen ervaring weet ik echter hoe moeilijk het soms zijn kan om te praten. Als je je niet lekker in je vel voelt, is het soms aanlokkelijker om eenzaam in de bank weg te zakken dan om wonden open te halen en er met grof zout doorheen te gaan. Maar laat me bij deze toch het goede voorbeeld geven.

Mijn agenda is vaak stevig volgepland. Zo stevig dat ik amper de tijd heb om te ademen, laat staan om voor mezelf te zorgen. Dat heeft - dat moet worden toegegeven - zijn tol. Chronisch slaaptekort, insomnia, chaos in mijn hoofd. En dat draagt dan weer bij aan perioden van neerslachtigheid, perioden van extreme prikkelbaarheid (de soort waarin je je overprikkeld voelt, niet per se die waarin je kortaf bent.), een gedesoriënteerd gevoel,... Gevoelens waarover we niet graag praten. Gevoelens die we verzwijgen en al snel ver weg willen steken.

Ik wil graag de vrienden bedanken die er altijd voor me zijn. Vrienden die luisteren. Die keer op keer er gewoon zijn en verdragen dat ik voor de -tigste keer met datzelfde zit. Vrienden die ik beschouw als familie en die hopelijk ook weten dat mijn deur ook altijd voor hun open staat. Bedankt om te luisteren. Dat lucht op. Dat heb ik nodig. Dat helpt me. Dus bedankt. Dat kan ik hier niet genoeg onderstrepen.

Op deze Werelddag van de Gezondheidszorg wil ik - bij wijze van dank - mezelf dan ook wat beloven. Ik beloof mezelf meer tijd te nemen om te leven en me minder te laten leven. Ik beloof mezelf opzoek te gaan naar een gezonder evenwicht tussen engagement en tijd voor mezelf. Ik beloof mezelf dat ik wanneer ik ergens mee zit ik er over praten zal. Met vrienden, familie, collega's,... Mensen die ik vertrouw. En als het moet ook met professionele hulpverstrekkers.

Het komende jaar wil ik daarnaast ook een stukje van mijn politieke focus voorbehouden voor zorg. Zorg voor mensen die nood hebben aan een gesprek, aan gezelschap, aan steun. Zorg voor mensen voor wie de wereld te veel prikkels geeft. Zorg voor mensen die op zoek zijn, zich niet lekker voelen. Zorg voor wie de stap niet kan of durft zetten.


Want er voor elkaar zijn, daar draait het toch ook gewoon om?







En voor wie het even nodig heeft, maar die het even niet kwijt kan of durft aan een bekende... Blijf er niet mee zitten en neem contact op met mensen die klaar zitten om te luisteren:

Algemeen welzijn: het CAW in jouw buurt...
Voor jongeren: het JAC in jouw buurt...
Awel (Kinder- & Jongerentelefoon): 102 of www.awel.be/
Tele-onthaal: 106 of http://www.tele-onthaal.be
 Holebifoon: 0800 - 99 533 of www.holebifoon.be
Childfocus: 116 000 of www.nupraatikerover.be
Zelfmoordlijn: 02 - 649 95 55 of www.zelfmoordlijn.be