Ik ben een contente mens. Pas verkozen tot voorzitter van Jongsocialisten Limburg, hongerig naar actie, creatief uitgedaagd op mijn werk, relatief gezond, een dak boven mijn hoofd en eten op mijn bord. Maar nog gelukkiger word ik van de mensen om me heen... Ja, ik ben een gelukkige mens! En op deze 'meest depressieve dag van het jaar', de zogenaamde 'Blue Monday', schreeuw ik dat graag van de daken!
Het afgelopen jaar, 2013, is er heel wat veranderd in mijn leven. Een kortstondige maar mooie relatie, een hoop nieuwe vrienden, internationale uitwisselingen,... Maar wat me in 2013 vooral wist te raken: Mijn vrienden W.M. en K.E. uit T. kregen een wolk van een zoon. En van het ene op het andere moment mocht ik me, als peetvader, plots écht familie noemen! Plots heb je een klein mensje in je armen en weet je dat het leven mooi kan zijn.
Bovendien weet ik me ook in 2014 weer omringd door mensen die stuk voor stuk grote stukken van mijn metaforisch hart hebben weten in te palmen. Vrienden die méér zijn dan vrienden. Mensen die me een intens warm gevoel geven vanbinnen. Volk waarvan ik denk: 'Verdorie. Ik ben dankbaar dat ik jùllie in mijn leven heb!'.
Het maakt dat ik me vandaag strijdbaar voel. Ik ben wakker. Ik sta klaar... De seizoenen lijken van slag en het heeft effect op mijn lichaam, zo lijkt het wel. De lente borrelt nu al in mij op. Vrienden, ik ben klaar. Ik weet niet waarvoor, maar ik ben klaar!
Gevangen in gedachten. De woorden die ik nodig heb, krijg ik niet op papier. Ik typ de ene letter na de andere en wis hele regels dan weer uit. Het is donker in de kamer en de meer dan halve fles wijn die net nog in de koelkast koud stond te wezen is nu leeg. Ademen is moeilijk en gedachten spinnen aan het vliegwiel in mijn hoofd. Er is zoveel om over te schrijven: discussies over fabelfiguren en racisme, het feit dat de Vlaming steeds meer aan ik-eerst-dan-ons-denken doet, de nakende verkiezingen van de Jongsocialisten op zowel het nationale als het lokale niveau, the Day of the Doctor,... Maar het is alsof mijn spreekwoordelijke pen geen inkt laten wil. Het blad blijft wit. In mijn hoofd en hart zijn er andere gedachten en gevoelens die om aandacht schreeuwen.
In eerdere blogs had ik het al eens over mijn drukke agenda. Over hoe ik beloofde om de tijd te nemen om te leven. Nu ik het langzaamaan die tijd durf geven, nu leer ik weer... Tijd geven aan het leven, dat is tijd geven aan het voelen. En ik voel niet graag. Voelen heb ik niet onder controle. Wat mijn hart beroerd gaat haar eigen gang, onweerstaanbaar en niet te stoppen. Mijn gevoelens sleuren mijn gedachten mee de afgrond in. En ik wil niet voelen. Ik wil niet blij zijn of verdrietig. Ik wil niet dansen of treuren. Ik wil niet gelukkig zijn of bang, niet vrolijk, niet alleen. Bij diepe toppen horen dan wel de hoge toppen, maar die redenering kan je andersom ook stellen: geen diepe dalen zonder die hoge toppen. Dus ik snij het voelen liever weg.
Ons voelen maakt ons mens en dus onredelijk. Onze gevoelens maken onze gedachten troebel. We kunnen niet om die gevoelens heen, ze verdoven ons denken met de vakkundigheid van een jarenlang getraind specialisme. Jarenlang, want het begint al bij ons kind-zijn: de verloren teddybeer of het zonnige grasveld slorpen ons op. Ze laten geen ruimte voor gedachte, redelijkheid, ratio. Het zonovergoten strand maakt de weg vrij voor de vieze boerenkool en dankzij het licht is er de duisternis.
Het is maar normaal dat we voelen. Maar het is vreemd dat we voelen...
Ik herlees mezelf en proef de donkere woorden die ik op het (digitale) papier heb neergekwakt. Ik voel ze. Afschuwelijk: ik voel ze. Ik voel hoe ze branden in mijn maag, prikken achter mijn ogen, kloppen in mijn hart. Ik geniet van het zwelgen in het zwarte. Een genieten dat - verwarring alom - zelf ook weer voelen is. En dat voelen, dat rollen, dat blij worden om het eigen verdrietig dof zijn... Het doet de wolken wijken. Er is weer een zilver lijntje onderaan die stormwolk. Het schrijven verlicht. De steen op mijn borst voelt minder aanwezig. Misschien dat ik me morgen zelfs weer op het leven focussen kan?!
Plots zie ik weer in dat de pijn, eens ze geweken is, plaats heeft gemaakt voor andere gedachten. Ik kan weer genieten van wat ik eens gehad heb, ondanks dat ik het verloor. Ik kan weer genieten van het hier, het nu, het gewoonweg zijn.
Dan besluipt me het besef... Dat die zon straks ook weer zal verdwijnen. Dat wolken weer terug komen. Dat dit licht slechts de voorbode is van duisternis. Een vicieuze cirkel van goed, van kwaad. Eeuwig tollen de seizoenen om de velden heen. Ploegende gedachten. Het vallen van de bladeren...
Afscheid nemen gaat vaak gepaard met veel rituelen en het spreken of schrijven er rond is even dikwijls omfloerst door een dikke laag cliché's. Ik weet dan ook niet goed hoe ik hier aan beginnen wil zonder al te veel aan die cliché's te gaan hangen. Want soms schieten woorden te kort. Zie je, daar ga ik al...
Een jong mens van 24 wordt verondersteld in de fleur van zijn of haar leven te zitten. In die periode waarin je stilaan aan een eigen zelfstandig leven begint: een job, uitkijken naar een eigen woning, een auto ook, misschien. Zo iemand hoort krachtig en gezond te zijn. Zo iemand hoort pas op een derde van het leven te zitten, vlak aan het begin. En levendig te lachen, plezier te hebben, tijd door te brengen met vrienden...
Vanavond zal zo een avond zijn die hard zal confronteren met die andere realiteit. Die realiteit waarin niet iedere vierentwintigjarige lacht en sterk en onvergankelijk is en in de fleur van de fladder. Het wordt zo een avond die pijnlijk aantoont dat het ook anders kan lopen. Zo heel plots en onverwachts. Van achter mijn bureau kan ik nog doen alsof het iets uit een ver land is. Iets dat geen deel uitmaakt van ons leven, maar enkel gebeurd in verhalen vol kwade krachten. Straks kan dat niet langer. Ik wéét dat ik het nu nog niet ten volle besef. En ik ben bang voor dat besef. Want straks... Straks blijkt bitterhard dat ook iemand van 24 heel plots vertrekken kan.
En graag zouden we met ons allen de woorden vinden die we nodig hebben om uit te leggen wat voor een jofele kerel hij was. We zouden graag naar het papier kunnen vertalen hoe we, samen en onder vrienden, lachten. En als we nu maar eens kon beginnen aan het ophalen van al die herinneringen om ze voorgoed in steen vast te leggen zodat ze nooit zouden vervagen... "Dood ben ik pas, als jij me bent vergeten," zingt Bram Vermeulen. En woorden in zwart op wit houden herinneringen levend. Hadden we daarom dus samen toch die juiste woorden maar...
André, Andy... We zullen u missen. Het leven zal anders aanvoelen en de lege plek die ge achterlaat zal nog lang blijven schroeien op onze huid. Er blijven enkel nog oude herinneringen aan mooie tijden over. Plannen voor nieuwe samen bergen we stil op. Mocht er - ge weet maar nooit - toch iets zijn als een 'hierna'... Hopelijk hebt ge het er goed. Maar we zullen u missen, kerel. En dat moogt ge gerust weten ook.
Het is met grote vreugde dat ik vandaag kan vaststellen dat iets dat ikschreef, een internationale ronde aan het maken is. Enige tijd terug bleek al dat Roerloze Ontploffingen naar TranScreen in Amsterdam zou trekken, maar nu gaan we pas écht richtig loss! "Motionless Explossions" is geselecteerd voor het LGBTQ-filmfestival in Bangalore, India! Tijd voor een reconstructie...
In het najaar van 2011 schreef Proud Projector, een organisatie die door middel van culturele projecten - voornamelijk rond film - de integratie van holebi's wilt bevorderen, een oproep uit. Naar aanleiding van de Internationale Dag ter Preventie van HIV/aids, richtten ze een gedichtenwedstrijd in. De drie hoofdprijzen waren een verfilming van de winnende gedichten. Het thema was vrij breed: de liefdesbeleving van holebi's
De jury was samengesteld uit leden van Proud Projector aangevuld met André Sollie, auteur van het toen net verfilmde 'Nooit gaat dit over' (filmtitel: Noordzee Texas, door Bavo Defurne). En ik steek het niet onder stoelen of banken: ik heb een boon voor André zijn stijl! Groot was dan ook mijn blijdschap toen bleek dat één van mijn gedichten uit veertig inzendingen de selectie had weten te halen en meer zelfs: de hoofdvogel mee bleek af te schieten. 'Aan de Toog' zou worden verfilmd! (Andere winnaars waren overigens Emily Claes met het rake titelgedicht 'Roerloze Ontploffingen' over pesten en Marie-Elise Bettens met het erotischere maar even pakkende 'Zult u mijn aftocht dekken'.)
Facebookaffiche met de 'finalisten'
Twintig van de ingestuurde gedichten begonnen die avond tevens aan een Vlaamse tourné. Inmiddels hing de collectie al in de bibliotheek van Genk, in bibliotheek 't Permeke, op een concentratieschool, aan de PHL, in Regenbooghuis Limburg,... Het is met die tentoonstelling en met de aankondiging van de film dat ik samen met regisseur Roland Javornik op Gedichtendag 2012 te gast was in Studio TVL.
In augustus was het dan eindelijk zo ver. De film ging in productie! Samen met een hele hoop andere figuranten werd ik uitgenodigd om voor een blue key even gek te komen doen. Roland wist het allemaal spannend te houden, op deze manier! Er was geen decor, amper rekwisieten en hoezo speelde dit zich af in een bruine kroeg? Alles kreeg vorm. Roland had de drie winnende schrijvers al wel mee door het script genomen, zodat we wisten hoe de film in elkaar zou gaan zitten, maar... Hoe moesten we van dit alles in de studio tot dat alles op papier komen? Het was ons nog maar zeer de vraag.
Desalniettemin was het geen onaangename ervaring om eens te figureren in een echte Javornik. Roland is een aangenaam regisseur - ik had ondertussen ook al het genoegen als producent met hem te mogen samenwerken voor filmpjes i.k.v. de Digitale Week bij LINC vzw - en ik kende een pak ander volk uit zowel crew als cast. Bovendien was het die dag dat ik de inmiddels haast legendarische Fran Bambust leerde kennen, werkelijk waar een prachtvrouw!
Leuke anekdote die ik hier wil meegeven - of althans gedeeltelijk - is het verhaal van de broek van Ruben Slechten. Ruben vertolkt de rol van Yann, 'de jongen aan de toog' uit mijn gedicht. Roland besloot om het één en ander door middel van dans te laten overbrengen en dat... Dat is nogal moeilijk met een steeds scheurende broek. Gelukkig kunnen wat knip- en plakwerk - zowel aan broek als aan film - veel verhullen!
Op de set...
Na het filmen, kwam het bewerken. Het monteren, het invullen van de blauwe achtergrond en het inlezen van de gedichten. Dat laatste gebeurde trouwens door drie bekende holebi's: Nathalie Delporte, Mark Tijsmans en voor Aan de Toog werd niemand minder dan... André Sollie opgetrommeld. Wat mij de kans gaf om samen met André, zijn levenspartner en Roland uit te gaan eten. Eén van de gezelligere avonden in het productieproces, moet ik wel zeggen!
André Sollie
Maar op een keer is die klaar. Dan is er een eindproduct. En daar kan je dan - best zenuwachtig om wat komen gaat - naar gaan kijken. Het blijft toch een beetje je kindje, dat gedicht. En wat zo'n regisseur daar dan mee doet, dat heb je nooit volledig meer in de hand. Ik wist gelukkig dat Roland het goed bedoelde en ik stond achter het script. Maar toch... Toch was er dat stemmetje dat me een behoorlijk benepen gevoel in wist te fluisteren.
De zaal zat vol. Vrienden uit de kerngroep van Inderdaad waren afgezakt, collega's uit het Regenbooghuis, vage kennissen en bekende gezichten,... De lichten in de zaal dimden. Het was eindelijk zo ver!
Inmiddels kregen we al bericht uit Amsterdam dat onze film er zal worden vertoond op het plaatselijk holebifilmfestival. Het recentste nieuws kwam echter vandaag binnen uit Bangalore, India: "We [het lokale LGBTQ-filmfesitval, nvdr.] are happy to inform you that the preview committee has selected "Motionless Explosions" for screening at the Bangalore Queer Film Festival this year. We are very happy to screen the film, it's highly unusual."
Als dat nu eens geen fantastisch nieuws is?!
Wordt - ongetwijfeld - vervolgd!